
Datum: 19 maart 2026
Geachte heer Scholtes,
Hierbij stuurt de Wmo-Adviesraad u een ongevraagd advies over het overnemen van tweedehands hulpmiddelen.
De Wmo-Adviesraad adviseert het college:
- Het mogelijk te maken dat cliënten op verzoek hulpmiddelen tegen een redelijke dagwaarde kunnen overnemen.
- Te verkennen of leveranciers de mogelijkheid kunnen bieden om voor deze hulpmiddelen op verzoek van cliënten een onderhoudscontract af te sluiten en, zo ja, onder welke voorwaarden.
Bij een aantal cliënten bestaat de wens om hulpmiddelen over te nemen. Het gaat om de volgende categorieën:
- hulpmiddelen die worden vervangen omdat een ander hulpmiddel meer adequaat is;
- hulpmiddelen die zijn afgeschreven;
- hulpmiddelen die een cliënt in de nabije toekomst wil behouden als de eigen bijdrage voor Wmo-hulpmiddelen wordt heringevoerd. Door de hoogte van deze bijdrage, die jaar in jaar uit betaald moet worden, kan het voor (iets) meer vermogende cliënten kosteneffectiever zijn om het hulpmiddel in eigendom te hebben dan het hulpmiddel via de gemeente te blijven gebruiken.
De belangrijkste redenen hiervoor zijn:
1.Beschikken over een reservehulpmiddel
De cliënt beschikt dan over een reservehulpmiddel. Bij uitval of reparatie van het nieuwe hulpmiddel kan het oude hulpmiddel nog worden ingezet. Dit is van groot belang voor mensen die in hun dagelijks functioneren afhankelijk zijn van hun hulpmiddel, omdat er dan tijdelijk een oplossing beschikbaar is. Een bijkomend voordeel is dat de leverancier geen vervangend hulpmiddel hoeft te verstrekken, meer flexibiliteit heeft bij het plannen van reparaties en afspraken efficiënter kan inplannen.
2.Verschillende eigenschappen van hulpmiddelen
Het nieuwe hulpmiddel kan andere eigenschappen hebben dan het oude hulpmiddel. Die eigenschappen zijn de reden zijn om voor het nieuwe hulpmiddel te kiezen, maar vaak zijn er ook nadelen; vrijwel geen enkel hulpmiddel is ideaal. Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarin een handbewogen rolstoel met ondersteuning wordt vervangen door een elektrische rolstoel. Een elektrische rolstoel is veel zwaarder en kan vaak alleen mee in een aangepaste auto, en die is niet altijd voorhanden. Het oude hulpmiddel kan in dat geval op andere momenten of locaties worden ingezet, bijvoorbeeld op een tweede locatie of wanneer vervoer in de eigen auto nodig is.
3.Duurzaamheid
Duurzaamheid is een belangrijk aspect. Een hulpmiddel dat intensief is gebruikt, kan vaak functioneren als reservehulpmiddel, terwijl het de vraag is of dat hulpmiddel nog geschikt is om opnieuw in het depot te worden opgenomen en aan een volgende cliënt te verstrekken. Regelmatig worden dergelijke hulpmiddelen vernietigd. Dat geldt sowieso voor hulpmiddelen die zijn afgeschreven.
Om structureel mogelijk te maken dat een cliënt een hulpmiddel tweedehands kan overnemen, moet een redelijke dagwaarde worden vastgesteld. Bij de uitvoering van een verhuisconvenant is dit gebruikelijk. De Wmo-Adviesraad adviseert een vergelijkbare methode hier toe te passen.
Daarnaast adviseert de Wmo-Adviesraad te verkennen of leveranciers de mogelijkheid kunnen bieden om voor deze hulpmiddelen op verzoek van cliënten een onderhoudscontract af te sluiten en, zo ja, onder welke voorwaarden. Op dit moment is het bij de meeste leveranciers niet mogelijk om als particulier een onderhoudscontract af te sluiten. De Wmo-Adviesraad acht het wenselijk dat in een regeling wordt vastgelegd in welke gevallen een onderhoudscontract mogelijk is. Het ligt bijvoorbeeld voor de hand dat voor afgeschreven hulpmiddelen geen onderhoudscontract wordt aangeboden. Reparaties en vervanging van onderdelen komen na overname van het hulpmiddel uiteraard voor rekening van de cliënt.
Graag gaan wij hierover nader met u in gesprek.
Met vriendelijke groet,
namens de Wmo-Adviesraad Amsterdam,
Marianne Kraaijeveld, voorzitter